Quepos, San José, La Fortuna, Santa Elena. Nicaragua: Granada, Isla de Ometepe, León



Quepos

Costa Rica staat natuurlijk bekend om zijn natuurparken. Aangezien we onszelf nog even mogen vermaken voordat we Rick (broer van, red.) treffen, besluiten we naar Quepos te gaan voor nabijgelegen Parque Nacional Manuel Antonio. Het is een drukte van belang bij de ingang. Niet van de apen, tucans of anderssoortig prachts, maar van hordes voornamelijk Amerikaanse toeristen die allemaal tegelijkertijd naar binnen willen. Yeah man! En nee, de parkwacht heeft echt niet terug van een 100 dollar biljet. Kortom, geen pura vida (dé slagzin van Costa Rica, red.) alhier.



San José
Rick vliegt op San José dus wederom op naar deze topplaats.
5 januari, 22:45; vanaf nu reizen we met z´n drieen.
We zitten op vrijwel exact het midden van de trip dus er kunnen tevens (broodnodige?) inkopen worden gedaan om ook het tweede deel fris en fruitig op straat te verschijnen. Een kappersbeurt hoort hoort hier ook bij. Naar goed gebruik vind ik hier tot mijn grote spijt geen Roberto Giordano (zie www.robertogiordano.com) maar gelukkig toch nog wel een andere, redelijk uitziende kapper. Het wachten duurt; na 1,5 uur (on)geduldig naar de klok te hebben gestaard ben ik eindelijk aan de beurt. Ik ga zitten.....graag zo en zo geknipt....Heeft de beste man geen schaar, maar enkel een tondeuse! Wat een onrecht!!
Een legercoupe lijkt me niks, dus op naar de buren, die me uiteindelijk gelukkig wel verder kunnen helpen.



La Fortuna

´Baldi Hot Springs´ (aan de voet van actieve vulkaan El Arenal) brengt ons na een pittige reisdag in complete staat van relaxedheid. In dit soort van zwembadcomplex gevuld met natuurlijk, warm (wat zeg ik, heet!!!) ´vulkaanwater´ is het om een uurtje of negen ´s avonds lekker dobberen, af en toe bubbelen en proosten met een mojito in de hand, super!
De volgende dag gaan we de vulkaan nader bekijken in de hoop lava te spotten. Uit het talloze tour-aanbod kiezen we er uiteindelijk voor om zelf op pad te gaan. Rond schemering, want áls je het ziet, zie je het dan het best.
Op weg naar het uitzichtpunt loop ik op de lavastenen die ik nog ken uit mijn slagerij-tijd, toen ik bbq`s mocht schoonmaken. Na een klein uurtje arriveren we er, alwaar andere groepen reeds onverrichter zake terugkeren. ´No lava, buddy!´. Wij blijven nog even hangen. Een fotootje schieten en turen naar de vulkaan. Na een tijdje zijn we dat wel zat en willen we er toch ook maar vandoor gaan. Het is al behoorlijk donker en met slechts 1 zaklamp wordt de terugtocht wel erg lastig .... (wat later inderdaad ook zeker het geval bleek). Maar dan horen we een licht gedonder. We kijken naar de vulkaan en ja hoor, we zien heel in de verte rode ´steentjes´ naar beneden vallen, stromen: lava! Mooi, ook weer gezien; in amper vier weken moeten we drie landen bezoeken, dus geen tijd te verliezen en op naar de volgende bestemming, Santa Elena.


Santa Elena
De dingen te doen zijn ´hangbridge-tours` en ´canopy-tours`. We beginnen met de eerste; over nabijgelegen natuurpark Monteverde is een route uitgestippeld met daarin opgenomen ongeveer 15 hangbruggen, zodat je het park vanuit redelijk grote hoogte kunt bekijken, hetgeen best de moeite waard is. Zoals je merkt is er geen sprake van groot enthousiasme want tot grote ontsteltenis is het niet gelukt een tucan te spotten... Gelukkig maakt de canopy-tour alles goed.
We krijgen een harnas, helm (jawel, deze past!) en handschoenen; worden aan de lijn vastgeklikt en ´vliegen´ als het ware van het ene naar het volgende, lager gelegen punt.
De langste lijn is over een vallei gespannen, een afstand van ongeveer 750m. Whoeehaa, supergaaf!
De krent in de pap is de ´tarzan-swing`. Het lijkt op een soort van bungee-jump, maar dan met touw ipv elastiek (sorry, ik heb er lang over nagedacht maar een betere omschrijving weet ik niet te verzinnen). Het komt er in ieder geval op neer dat de alleraardigste Amerikaan je van een platform afduwt, waardoor je voor een kleine tientallen meters een vrije val maakt. Vervolgens ´swing´ je heen en weer. Als Tarzan. Aan een liaan. Een droom die uitkomt.



Granada, Nicaragua
Op een manier die we zelf nog steeds niet helemaal begrijpen (buskaarten tig dagen van te voren gereserveerd, maar onze namen niet op de lijst. Niet mee mogen, toch weer wel. Toch niet, o, toch wel als er met dollars betaald wordt), komen we ´s avonds aan in Nicaragua, Granada om precies te zijn. Deze stad maakt direct een prima indruk op ons met mooie gebouwen, pittoreske straatjes en een relaxte sfeer.
Ook bij daglicht nog steeds alom enthousiasme als we de stad nader bekijken. De inwoners zelf completeren het feestje.
Beleefd – de dames van de nacht noemen me El Chinito (het Chineesje, red.), vriendelijk – de aardewerk potten van de straatverkoper mag ik voor een heel speciale, goedkope prijs kopen en
behulpzaam – we stellen zo her en der nog wel eens een vraagje. Elke keer worden we geduldig en met een glimlach keurig netjes verder geholpen.Tel daarbij op dat er enkel uitstekende obers rondlopen, top!

Isla de Ometepe
In Nicaragua ligt het grootste meer ter wereld. In dit meer liggen talloze eilanden, waarvan Isla de Ometepe, met hierop twee vulkanen, de grootste is.
Een van de twee, Volcán Maderas, gaan we beklimmen. Ondanks dat ik niet zo’n wandelaar ben heb ik de afgelopen reizen toch best wat gelopen, dus ik vind dat ik met recht mag stellen dat deze tocht toch echt wel de zwaarste tot nu toe is.
Het pad (welk pad?) is behoorlijk steil terwijl je vrij snel met je hoofd tussen de wolken (met hieruit motregen) loopt. Des te hoger, des te modderiger en drassiger, kortom, het is 6 uur lang glibberen en glijen.



León
Dé studentenstad, dus een bruisend gebeuren alom. Als wíj er zijn, zijn de studenten alleen met vakantie... Iets minder bruisend dus, maar gelukkig vinden we troost en genoeg afleiding. Ditmaal met vulcano–boarding.
Zo ondertussen hebben we behoorlijk wat vulkanen gezien. Deze, de Cerro Negro, heeft in tegenstelling tot de eerdere totaal geen begroeiing, dus het is alof je op een enorme berg zwart grind loopt. Wat dit exemplaar verder bijzonder maakt, is dat je ook IN de vulkaan zelf kunt lopen, ofwel bij het krater gedeelte, alwaar de zwaveldampen je tegemoet komen. Tel daarbij op een prachtig uitzicht, super!
Maar goed, dit zijn natuurlijk allemaal ‘extraatjes’, want de daadwerkelijke activiteit is op een houten triplex plankje met hoge snelheid naar beneden ‘boarden’. Je schijnt snelheden van 60 KM/uur te kunnen halen.... Na een korte uitleg, het aantrekken van mooie oranje pakken, handschoenen en veiligheidsbril is het dan zover.
Ik ga op mijn plank, oke, board, zitten, zet mijn schoenen op het balkje ervoor en zet mezelf af. Dat gaat best hard, wat zeg ik, dat gaat enorm hard, te hard! Remmen!! Een enorme berg grind vliegt hierdoor over me heen, maar goed, ik ben gelukkig niet van mijn plank afgevallen, het ergste wat er kan gebeuren.
Het tweede deel gaat iets minder goed want het lukt niet om de eerder gehaalde snelheid te evenaren.
Als een ware mijnwerker kom ik uiteindelijk beneden aan. Echt een leuke trip. Mocht dit allemaal een beetje wazig overkomen. Typ ‘ cerro negro’ in bij youtube en je ziet precies wat ik bedoel.

Momenteel is het zondag 20 januari. Voor zodirect hebben we 17 busuren en drie grensovergangen voor de boeg, om uiteindelijk in Guatemala City aan te komen, voor de laatste 11 dagen.






 

 

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer