Antigua, Panajachel, Tikal, Caye Caulker

Antigua

 

 

De busreis naar Guatemala valt alles mee, dat mag ook wel eens gezegd worden. In tegenstelling tot wat ons bij de aanschaf van de bustickets gezegd was is het geen overvolle, maar 1/5 gevulde bus en de grensovergangen verlopen probleemloos, sterker nog, we hoeven bij de douane geeneens in-en uit te stappen. Dit eigenlijk tot grote treurnis, want nu missen we de stempels van Honduras en El Salvador.
Wijsgeworden door de terecht generaliserende mening dat ‘hoofdsteden in Latijns-Amerika totaal niet de moeite waard zijn’, nemen we direct na aankomst in hoofd-en miljoenenstad Guatemala City de taxi naar het nabijgelegen Antigua, reeds in 1979 uitgeroepen tot World Heritage Site dus een van dé plekken te bezoeken.

We bewonderen veel koloniaal pracht en de cobblestone-streets zijn zó cobblestone, dat auto’s slechts stapvoets kunnen rijden. Taxi’s zijn er vrij weinig, TukTuks echter te over. Deze rode, ‘made in India’ herriemakers brengen je in een mum van tijd van de ene naar de andere kant van de stad; een uitje op zich want zelfs gedrieën passen we achterin.  

 

 

Voordeel van het feit dat we bijna naar huis gaan is dat je minder langer met je tas hoeft te zeulen, ofwel: er kunnen souvenirs gekocht worden! Dan zit je in Guatemala op precies de goede plek, want het stikt van de markten/jes waar je al dan niet authentieke beeldjes, maskers, kleden, fotolijsten, T-shirts, etc, etc. kunt kopen, hetgeen we met volle overgave doen.
Verder is er aan goede restaurants totaal geen gebrek, sterker nog, van alle plaatsen die we in Midden-Amerika aandoen vinden we alhier de culinaire-top in ‘Escobar’, ‘Las Palmas’  en ‘Da Vinci’.

Ondanks dat (of misschien wel doordat) is het dit keer Mike die bedlegerig is. Na doktersbezoek wordt de complete farmacia leeggekocht zodat ook hij niks van Antigua hoeft te missen.

 

Panajachel

 

 

 

Panajachel (spreek uit: pannagaatsjel) is het grootste dorp wat aan het Lago de Atitlán ligt, een prachtig meer omgeven door, jawel, een aantal vulkanen. We boeken een tour zodat we op gelukkig een uiterst zonnige dag (nl. zeker niet altijd het geval) ook de veel kleinere, omliggende ‘meerdorpen’ kunnen bezoeken.

Alhier is ondertussen duidelijk dat we ons echt in het hart van Guatemala begeven want de oorspronkelijke Maya-bewoners zijn goed vertegenwoordigd. Ze spreken geen Spaans, maar een eigen taal waarin bizar genoeg vele Scheveningse G’s te horen zijn.
Bij het tweede dorpje dat we bezoeken komen we via-via terecht bij een soort van hutje. Het ruikt naar wierrook en als we het doek opzij schuiven om naar binnen te gaan is het er behoorlijk donker. Dit moet de plaats zijn waar Maximón te vinden is. De Maya’s brengen deze Heilige offers in de vorm van likeur, sigaren (?!) en voedsel, zodat hij hen zegent voor een goede oogst en geluk.
Gaandeweg de jaren is Maximón ook commercieel gaan denken, want pas na het betalen van 10 Quetzal mogen we hem vereeuwigen. Een onbeperkt aantal keer, dat wel.  

 

 

De volgende dag is het tijd om naar een dorp te gaan met de prachtigste naam ooit, Chichicastenango. Hier wordt elke donderdag en zondag de grootste markt van Midden-Amerika gehouden, dus wederom een goede plek om de laatste aankopen te doen.
Naast de ‘traditionele’ handelswaren is er ook vlees, vis, groente en fruit te vinden dus je ziet ook menig local zelf rondstruinen, hetgeen nog meer bijdraagt aan de authentieke sfeer.

 

 


Tikal

Vrijwel iedere toerist in Guatemala bezoekt Tikal, moeder aller Maya-ruïnes, gelegen in de jungle. Dit zorgt ervoor dat er dagelijks twee binnenlandse vluchten naartoe gaan. Voor een dusdanig leuke prijs, dat ook wij ons trakteren op een vlucht. Na vier uur op het vliegveld de tijd te hebben gewacht (de taxirit duurde iets korter dan verwacht…) vliegen we welgeteld 30 minuten, een reis die per bus 10-12 uur zou duren.
We willen graag zoveel mogelijk te weten komen dus gepaard met gids, veel flessen water en hier en daar een deet-spraytje gaan we op pad.
De eerste tempel betreden we al spoedig en alhoewel het hier niet de grootste betreft ziet het er direct indrukwekkend uit. Helemaal duizelingwekkend wordt het als je je bedenkt dat momenteel slechts 25% van de tempels zichtbaar is, want overigen hebben de tand des tijds wellicht overleefd, maar zijn helaas compleet onder de vegetatie verdwenen.

Templo IV mag je ‘beklimmen’. Een voorrecht, niet alleen omdat dit in Maya-tijden enkel voor heiligen bestemd was (om zo dichter bij de goden te komen), maar ook omdat het uitzicht vanaf hier prachtig is. Na een paar uur wandelen komen we uiteindelijk uit op het ‘Gran Plaza’, waaraan een van de grootste tempels, de ‘Gran Jaguar’, ligt. Werkelijk ongelooflijk dat zo’n groots bouwwerk als dit een paar honderd jaar voor Christus gerealiseerd is en werkelijk ongelooflijk dat het nog in zo’n goede staat te bewonderen is.

 

 


Caye Caulker

Na het behoorlijke reistempo wat we in Guatemala aangehouden hebben wil ik de laatste twee dagen graag zon & relaxen @ Caye Caulker. Fred & Ed (Mike & Rick, of omgekeerd, red.) zijn niet zulke zonaanbidders en blijven in Belize City. En inderdaad, Belize City is de hoofdstad van Belize. Dit land is verschilt behoorlijk t.o.v. alle andere Latijns-Amerikaanse landen. Zo is de officiële taal Engels en zijn er geen kleine Guatemalezen, maar beren van rasta-mannen.

Het zonovergoten eiland Caye Caulker staat voornamelijk bekend om zijn nabijgelegen Blue Hole (een ‘sinkhole’ van 122 meter diep, net uit de kust) zijn koraal en ‘aardige’ haaien waarmee je kunt zwemmen. Ík hoop dat ze ook een strandje hebben, dat schijnt het enige te zijn wat er niet in overvloed is.

 

 

Na een uurtje varen kom ik aan, de Caribbean ten top! Erg lastig te omschrijven, ‘Voel de vibe’ zou ik zeggen. En hee, een leuk, wit strandje vind ik ook nog dus à la Taganga rol ik mijn handdoek uit en zet ik mijn Ipod aan. Het is dusdanig urenlang genieten van de zon en Blue Note dat ik bij terugkomst in het hotel pas merk dat ik her en der verbrand ben, een unicum.
’s Avonds is het op zoek naar een goed maal. Naast al het eerder genoemde staat Caye Caulker ook bekend om zijn kreeftenvangst, dus op vrijwel elk menu staat kreeftensoep, -curry, -pannekoek, etc.
Restaurant ’Jolly Roger's Grill’ schijnt volgens de Roughguide (jawel, die hadden we ook mee) de beste kreeft te serveren dus op daar naartoe om mijn kreeft-vuurdoop te beleven. Lopend langs de kust maak ik me druk of ik wel met ‘dat speciale bestek’ kan eten. Dan ineens zie ik op een bord ‘Jolly Rogers Grill’ staan. Is het hier al? Ik zie een enorm dikke, grote kerel zwetend achter een bbq staan. ‘Hi, I’am Roger, wanna eat good lobster?’. Euhh, okee, een veredelde bbq (de GGD….), een soort van tentje, houten picknick-bankjes, ….
Ondanks de ietwat andere setting dan verwacht schuif ik aan. Noodgedwongen bij een tiental schreeuwerige, half bezopen ‘heyyy man, where you from? –Gee, Holland is GREAT! Amerikanen.

Gelukkig wordt de gegrilde kreeft snel opgediend. Het is een beetje pielen (zeker als ik Greg tegenover me tekeer zie gaan) maar oeioeioei, wat smaakt dit lekker! Roger (it’s in the name, man!), held van de dag.

De volgende dag precies hetzelfde verhaal, met dit verschil dat einde dag de boot ‘terug’ naar Belize City gaat, alwaar het laatste avondmaal wordt genuttigd.
Nadat we op Belize City Airport het vliegtuig op óns laten wachten (tsja, ik wilde nog graag een fles Flor de Caña-rum kopen) vliegen we met een overstap in Houston in een mum van tijd (windje mee) naar Nederland. Het zit er nu echt op.


Vulkanen, prachtige steden als Bogotá, Cartagena, Granada en Managua, canopy-tour, koffieplukken, vulcano-boarden, zon, duiken, shoppen, lekker eten&drinken en vulkanen; het waren twee fantastische maanden!

 

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer